Domeinoverstijgend samenwerken begint met elkaar écht leren kennen
De start van een regionaal samenwerkingsverband gaat vaak gepaard met relaties die nog moeten ontstaan, nog onvoldoende sterk zijn of een nieuwe impuls nodig hebben. De meerwaarde van samenwerken wordt meestal wel gezien, maar in de praktijk blijkt het lastig om over de grenzen van de eigen organisatie heen te kijken. Iedere partij heeft eigen belangen, uitdagingen en verantwoordelijkheden. Juist daarom vraagt domeinoverstijgend samenwerken om vertrouwen, tijd en een lange adem.
Dat proces kan vaak niet vanuit één organisatie of één domein worden georganiseerd. Het gaat om samenwerking tussen verschillende partijen. Collegamento ontwikkelde daarom een infographic en routekaart voor domeinoverstijgend samenwerken, om het goede gesprek te voeren, praktische handvatten te bieden en daarmee samenwerkingsverbanden verder te helpen.
Karen Achterberg, partner en adviseur bij Collegamento, en Pepijn van Kerkhoff, adviseur bij Collegamento, begeleiden en regisseren zo’n regionaal samenwerkingsverband in Zeeland: Kerngezond Zeeland. Binnen Kerngezond werken professionals uit het medisch en sociaal domein samen aan een toekomstbestendige welzijn- en zorgstructuur. We delen een onderdeel van de routekaart en geven aan hoe het in de praktijk werkt. In deze blog staat fase 1 centraal: Verkenning.
Fase 1: richting geven en gezamenlijke ambities verkennen
De eerste fase van domeinoverstijgende samenwerking draait om verkennen. Partijen zoeken elkaar op omdat ze tegen dezelfde vraagstukken aanlopen. Denk aan personeelstekorten, oplopende zorgvragen of inwoners die tussen wal en schip vallen. In deze fase draait het nog niet direct om concrete projecten of resultaten, maar vooral om het vormen van een gezamenlijk vertrekpunt.
- Welke doelen hebben organisaties?
- Welke kansen en risico’s zien zij?
- Hoe kijken partijen naar de problematiek?
- En misschien nog wel belangrijker: begrijpen organisaties elkaar echt?
Volgens Karen Achterberg wordt deze fase vaak onderschat. “Mensen willen graag snel aan de slag, maar je moet eerst investeren in elkaar leren kennen. Wie ben je, waar sta je voor, tegen welke problemen loop je aan? Die gesprekken zijn belangrijk. Wat ik altijd probeer te doen, is verbinden op de inhoud. Niet eindeloos praten óver samenwerken, maar samenwerken rondom een concreet vraagstuk. Dan ontstaat beweging.”
Binnen Kerngezond Zeeland werd daarom vanaf het begin ingezet op ontmoeting en verbinding. Niet alleen op bestuurlijk niveau, maar ook tussen professionals. “We hebben kernbijeenkomsten georganiseerd waarin mensen elkaar leerden kennen, kennis deelden en samen nadachten over oplossingen. Dan zie je dat organisaties elkaar steeds beter gaan begrijpen. Dat kost tijd, maar het is wel de basis.”
Die tijd is volgens Karen essentieel. “Je kunt gezamenlijke verantwoordelijkheid niet afdwingen. Dat ontstaat in gesprekken, in samenwerking en in het samen oplossen van vraagstukken. Pas dan groeit vertrouwen.”
“Het samenwerken is niet het doel, maar het middel”
Aimée Reinards is communicatieadviseur binnen Kerngezond Zeeland en vanaf het begin betrokken bij het samenwerkingsverband. Vanuit haar rol ondersteunt ze de communicatie richting zowel professionals als inwoners van Zeeland.
“Wat mij vooral is bijgebleven uit deze eerste fase, is de enorme betrokkenheid,” vertelt Aimée. “De verschillende partijen voelen echt de urgentie om anders te gaan werken. Organisaties, groot en klein, gingen met de neus dezelfde kant op staan. Dat vond ik indrukwekkend om te zien.”
Vooral de eerste bijeenkomsten maakten indruk. “Ik herinner me de kick-off in Terneuzen nog goed. Er waren veel mensen aanwezig en iedereen deed actief mee. Dan voel je: hier zit energie op.” Volgens Aimée werkt het goed om mensen direct samen te brengen rondom inhoudelijke vraagstukken. “Zet mensen uit verschillende organisaties bij elkaar en laat ze samen nadenken over oplossingen voor regionale problemen. Dan ontstaat verbinding veel sneller. Ook een gezamenlijke taal helpt daarbij, zoals Positieve Gezondheid.”
Karen herkent dat. “Je ziet vaak dat organisaties eerst nog sterk vanuit hun eigen context denken. Dat is logisch. Iedereen heeft zijn eigen historie, belangen en uitdagingen. Maar zodra mensen elkaar ontmoeten rondom een inhoudelijk thema, ontstaat begrip. Dan wordt samenwerken concreter.”
Tegelijkertijd vraagt deze fase ook realisme. Organisaties hebben soms te maken met interne problemen, zoals financiële uitdagingen of personeelstekorten. “Dan zie je dat partijen tijdelijk weer meer intern gericht raken,” zegt Karen. “Dat hoort erbij. Het belangrijkste is dat je in contact blijft en begrip hebt voor elkaars situatie.”
De belangrijkste les uit deze fase? Volgens Aimée draait het uiteindelijk om het grotere geheel. “Het samenwerken is niet het doel op zich,” zegt ze. “Het is een middel om iets groters te bereiken: betere zorg en ondersteuning voor inwoners van de regio.”
Benieuwd naar fase 2 (verbinden en delen) of fase 3 (synergie en samenspel)? Lees dan ook deze blogs. Wil je hierover sparren en meer de diepte in? Laat het dan weten. Onze adviseurs gaan hierover graag met je in gesprek.
